‘Stop met chemie op hockeyvelden’

2019-09-26_162302

‘Stop met chemie op hockeyvelden’

Algavelan luidt de noodklok over algenbestrijding. ‘Ik voel me weleens een roepende in dewoestijn’, vertelt Ewoud van de Wetering vanAlgavelan. Hij ziet hockeyclubs en gemeentenop grote schaal milieudelicten plegen, maar eris niemand die aan de bel trekt. Ook de hockeybondneemt geen maatregelen. Ondertussen holt de kwaliteit van het oppervlaktewaterachteruit en verdwijnen er insecten. Daaromluidt Van de Wetering de noodklok: ‘Het is tijdvoor actie.’

Auteur: Nino Stuivenberg

Als directeur van Algavelan reist Ewoud van deWetering (58) heel Nederland door. Hij staat erversteld van wat hij op hockeyvelden door hethele land aantreft als het om algenbestrijdinggaat. Van clubs die honderden liters zeep ofwaterstofperoxide gebruiken om hun veld tereinigen tot hockeyvelden waar biociden meteen beregeningsinstallatie toegediend worden.
Door gebrek aan kennis en handhaving vindtdit soort praktijken nog steeds op grote schaalplaats. Als het aan Van de Wetering ligt, is datsnel afgelopen. ‘Het is twee over twaalf. Demeeste hockeyvelden lozen op het omringendeoppervlaktewater en/of het bodemwater. Daarkomen de chemische middelen dus in terecht,en dat is een milieudelict.’

Het gaat Algavelan niet zozeer om de werkingvan verschillende middelen; daarbij zal iedereleverancier voor eigen parochie preken. Welhamert Van de Wetering op het naleven vande wet. Chemie die wordt toegepast op eenkunstgrasveld wordt meestal via de drainageafgevoerd naar het bodem- en oppervlaktewater,en dat mag niet. ‘De maatschappelijkeonrust rond het gebruik van chemische middelenin de openbare ruimte neemt terecht toe’,vertelt hij. ‘Veel insectensoorten verdwijnen. Bijhockeyvelden zie je dat ook: het veld is schoon,maar door uitspoeling is de naastliggende slootvolledig dood. We proberen zuinig om te gaanmet water gezien de lage grondwaterstand,maar blijven het tegelijkertijd massaal vervuilen.’De waterschappen onderschrijven het belang van schoon water rond hockeyveldeninmiddels, maar op lokaal niveau ontbreekt hetbesef nog.

Verwarring

Veel clubs weten niet dat ze de wet overtreden. Initiatieven om daar iets aan te doen,zoals de bijeenkomst van het KennisnetwerkBiociden vorig jaar in Zeist, leveren volgensVan de Wetering weinig op. ‘Die bijeenkomstheeft bij clubs veel verwarring veroorzaakt’,zegt hij. Onder andere het Ctgb (College voorde toelating van gewasbeschermingsmiddelenen biociden) gaf daar een presentatie en benadruktedat alleen toegelaten biociden gebruiktmogen worden. Van de Wetering heeft eenprobleem met de werkwijze. ‘In de toelatingstaat dat je moet voorkomen dat het middel inhet oppervlaktewater terechtkomt. Lees zinnenals: “Zeer schadelijk voor in het water levendeorganismen.” Alles wat je op een hockeyveldaanbrengt, komt in de omgeving.’ Clubs engemeenten houden daar geen rekening mee. ‘Ik zie bij grote gemeenten in het bestek staandat biociden via de beregening toegediendkunnen worden. Als gemeente ben je dan helemaalverkeerd bezig. Voor de sportsector is ditheel slechte reclame.’

Contrast

Ter illustratie geeft Van de Wetering een voorbeeld.
‘Als een professioneel bedrijf auto’s wilwassen, moeten zij dit volgens de wetgevingdoen op een locatie met een vloeistofdichtevloer, met geschikte afvoergoten en een olieenvetafscheider. Zo wordt voorkomen dat dezeep in het milieu terechtkomt. Het kan tochniet zo zijn dat we van soortgelijke middelentientallen liters op een hockeyveld aanbrengenen die vervolgens laten uitspoelen in het oppervlaktewater?’

2019-09-26_162302vvVan de Wetering wijt het gedrag van veelgemeenten aan onwetendheid, maar ook aanwegkijken. ‘Pas als ze zwart op wit zien staandat ze de wet overtreden, worden ze wakker.
Zo niet, dan blijft alles bij het oude.’ VolgensVan de Wetering is meer aandacht nodig voordit probleem, ook bij leveranciers. ‘Zij claimenbijvoorbeeld dat hun middel 100 procent biologischis of gebruiken namen met “bio” erin,maar het is allemaal chemie. Vraag naar hetMsds-veiligheidsblad van het desbetreffendeproduct, en dan niet van de verdunde versie, enlees wat er staat. Wij hebben niets te verbergen,iedereen kan deze bladen zo van ons krijgen. MO5 Sport is een product van Algavelan tegenalgenoverlast dat werkt met micro-organismen. Levende materie, niks chemie. Met onze micro-organismen doden we helemaal niets,zelfs geen algen. Maar we ruimen letterlijk alleorganische vervuiling op, zoals dode bladerenin het bos verteren, en zo verdwijnt de voedingsbodem.’

Dubieuze rol

Wat niet helpt bij de onwetendheid van  clubs, is de positie van de hockeybond. Vande Wetering legt uit: ‘Wie op de website vande KNHB kijkt, ziet daar een verhaal over eenhockeyclub in Deventer dat als best practiceomschreven wordt. De bond schrijft daarbijover het toedienen van een middel: “Niet zoalsgebruikelijk via het beregeningssysteem van de velden, maar met een mobiele sproei-installatie(getrokken motorvatspuit) achter de tractor.”’Van de Wetering: ‘In de toelating is het via deberegening toedienen al verboden door hetCtgb. En dergelijke producten  rondspuiten inzulke hoeveelheden is arbotechnisch onverantwoord. Daarnaast: weten de sporters dit? Nee! Zo zal de kennis bij clubs nooit het juiste niveaubereiken. In een download lees je bovendien:“Wanneer het weer het toelaat (minstens driedagen achter elkaar zonnig en droog weer)kan men het onkruid ook bestrijden d.m.v. eenbiologisch afbreekbare onkruidverdelger.” Voorde duidelijkheid: ze zijn allemaal afbreekbaaren allemaal verboden!’ Van de Wetering heeftde KNHB de laatste jaren diverse keren gemaildover deze zaken, maar zonder resultaat.
Onlangs deed hij een nieuwe handreiking methet aanbod om te helpen en voor te lichten. ‘De bond verwijst naar de Green Deal en hetSportakkoord, maar neemt geen concrete actie.
Ze zijn niet eens bereid om met ons om de tafelte gaan zitten.’ Van de Wetering ziet dus veel misgaan opNederlandse hockeyvelden. De InspectieLeefomgeving en Transport (ILenT) zou ophet middelengebruik moeten toezien metcontroles op deze velden. ‘Maar in de praktijkvinden er nooit controles plaats’, weet Van deWetering. Hij verwacht dat die er pas komen alshet onderwerp breed wordt uitgemeten in demedia, zoals eerder bij kunstgrasvoetbalveldenhet geval was. ‘Inmiddels staan de media daarbol van en het publiek accepteert het nietmeer. Maar van de hockeybond zal het initiatiefin ieder geval niet komen. Zij houden de bootaf, wat ik dubieus vind.’

‘De hockeybond houdt de boot af; dat vind ik dubieus’

Van de Wetering wil hockeyclubs een boodschapmeegeven: neem je verantwoordelijkheid. ‘Als je een oplossing zoekt, stap dan af vanchemie. Gebruik biologie, bewezen resultaten,machines of een combinatie van beide, maarstop met chemie. Gemeenten claimen dat ze chemievrij beheren,maar spuiten ondertussen gewoon rotzooi ophun hockeyvelden. Of ze laten het beheer overaan vrijwilligers van een club en die wetenook van niks. Dat moet veranderen en daarmoeten we samen aan werken: de bond, clubs,gemeenten en aannemers. De waterschappenzijn inmiddels wakker; nu de rest nog.’

No Comments

Post a Comment